|
|
|
|
Misthy van fam. Commandeur Kort overzicht van de geschiedenis: Nadat in 1959 de kleur 'wit' uit de standaard van de Duitse Herdershond was geschrapt, verdwenen de witte Duitse Herdershonden bijna volledig van het Europese continent. Slechts dankzij het onafhankelijk verder fokken in Amerika en Canada konden de Witte Herdershonden overleven en zich langzamerhand tot een zelfstandig ras ontwikkelen. Met uit Amerika en Canada geïmporteerde honden werden de Witte Herdershonden door de jaren heen over geheel Europa verspreid, waar heden ten dage duizenden, al generaties lang zuiver gefokte, exemplaren leven. Van zijn Duitse 'verwanten' heeft de Witte Herder zich in de loop van tientallen jaren anatomisch en qua karakter duidelijk verwijderd. De Witte Herder wordt sinds juni 1991 in Zwitserland als nieuw ras onder de naam 'Witte Herdershond' erkend. In Nederland wordt de hond vanaf 1 juni 1992 door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland geregistreerd in een Voorlopig Register als Amerikaans-Canadese Witte Herder en vanaf 1 januari 1998 als 'Witte Herder'. In 2001 wordt de Witte Herder inmiddels in 8 landen nationaal erkend, te weten: Zwitserland, Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Zweden, Tsjechië en Zuid-Afrika. Op 15-08-2001 worden de acht vereiste bloedlijnen voor internationale erkenning aangeboden en op 2 oktober 2001 geaccepteerd door de FCI. Gebruiksdoel: Algemene verschijning: De
Witte Herder is een krachtig goed bespierde middelgrote stok- of langstokharige
hond met staande oren, van rechthoekig formaat, middelzwaar beendergestel en met
een elegante, harmonieus vloeiende belijning. Temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam en waakzaam, naar vertrouwde mensen toe vriendelijk, vertrouwelijk en aanhankelijk. Makkelijk te leiden en evenwichtig, tegenover vreemden gereserveerd, echter niet angstig of agressief, benadert onbekende indrukken eerst terughoudend/voorzichtig daarna nieuwsgierig.
Verhouding/formaat:
Rastypische
honden mogen wegens een lichte onder- of bovenmaat niet worden
gediskwalificeerd. Hoofd: Krachtig, droog en adellijk gevormd, in natuurlijke verhouding tot het lichaam staand. Van boven en opzij gezien wigvormig, naar de neus toe smaller verlopend. Bovenbelijning van schedel en snuit lopen evenwijdig. Slechts flauw gewelfd, met aanwezige middengroef.
Zacht verlopend. Normaal gevormd, middelgroot. Zwart gewenst, wisselneus wordt getolereerd.
Krachtig en middellang. Neusrug en onderkaakbelijning recht, naar de neus toe licht samenlopend. Strak, droog, goed gesloten en zwart.
Gebit: Krachtig en volledig schaargebit, waarbij de tanden loodrecht in de kaak moeten staan.
Ogen: Middelgroot, amandelvormig, licht schuin liggend met goed aanliggende zwarte oogranden. Kleur is donkerbruin tot zwart.
Oren: Hoog aangezette, goed rechtop gedragen evenwijdig naar vorengerichte grote staande oren in de vorm van een langgerekte van boven licht afgeronde driehoek met korte beharing.
Hals: Middellang en goed gespierd, breed aangezet aan het lichaam zonder keelhuidvorming; de elegant gewelfde neklijn verloopt zonder onderbreking vanaf het matig hoog gedragen hoofd tot de schoft, de keellijn vloeiend tot het borstbeen.
Lichaam
Romp: Krachtig gespierd, middellang.
Schoft: Benadrukt, vloeiend in hals en rug overgaand.
Rug: Recht en horizontaal, sterk gespierd.
Croupe: Lang en van gemiddelde breedte, aanzet bijna horizontaal, vervolgens naar achteren geleidelijk afvallend.
Borst: Niet te breed, diep ca. de halve schofthoogte en tot aan de ellebogen reikend Ovale, ver naar achter reikende borstkas. Duidelijke voorborst.
Buik/Flanken: Slanke, strakke flanken. De buiklijn verloopt licht naar boven.
Staart: Rondom vol behaarde sabelstaart die naar de punt toe smaller wordt. Liefst diep aangezet en tot het spronggewricht reikend, in rust hangend of het onderste eenderde deel licht opgebogen, in beweging hoger, maar nooit boven de ruglijn gedragen.
Ledematen: Krachtig , pezig, middelzwaar.
Voorhand: In front gezien recht. Slechts matig brede stand, van opzij gezien goed gehoekt; goed aansluitende ellebogen.
Schouder: Lang en goed schuin gesteld schouderblad; goede hoeking; de gehele schouderpartij goed gespierd.
Opperarm: Recht, voldoende lang, sterk bespierd.
Onderarm: Lang, recht, pezig.
Middenvoorvoet: Stevig en maar licht schuin gesteld.
Achterhand: Van achter gezien recht en evenwijdig, niet te breed staand, van opzij gezien voldoende gehoekt.
Dijbeen: Middellang met sterke bespiering.
Onderbeen: Middellang, schuin gesteld met stevige botten en goed bespierd.
Spronggewicht: Krachtig, goed gehoekt.
Middenachtervoet: Middellang, recht en pezig; Wolfsklauwtjes moeten verwijderd.
Voeten: Ovaal, achter iets langer dan voor, tenen dicht sluitend en goed gewelfd; stevige, zwarte voetzolen; donkere nagels gewenst.
Gangwerk: Soepele, ritmische bewegingsafwikkeling, gelijkmatig, vlot en volhardend wijd uitgrijpende voortred en krachtige stuwing, in draf bijzonder uitgrijpende vloeiende-lichte voorwaartse beweging.
Huid: Glad op de bespierde liggend, zonder rimpelvorming en donker gepigmenteerd.
Vacht: Middellang, dicht, goed aanliggend stok- of langstokhaar, rijke, wollige ondervacht bedekt met stevig, recht stekelhaar, snuit, gezicht, oren en voorzijde van de benen zijn korter behaard, nek en achterzijde van de benen zijn iets langer behaard. Licht golvend haar is toegestaan.
Kleur: Wit. Zuiver wit verdient de voorkeur.
Fouten: Elke afwijking van voorgenoemde punten is als fout te beschouwen waarvan waardering in verhouding staat tot de mate van afwijking. Waarbij rekening mee wordt gehouden in hoeverre wezenlijk afbreuk aan het ras beeld wordt gedaan.
Lichte fouten: Lichte wildkleur (zwakke gelige of bruinrode nuances) aan oorpunten, rug of bovenzijde van de staart.
Zware fouten: Plompe verschijning, te kort gebouwd (vierkant). Ontbrekende geslachtskenmerken (vrouwelijke reuen, mannelijke teven). Monorchide of Cryptorchide reuen Het ontbreken van andere gebitselementen dan M3 of ten hoogste 2xP1. (* opmerking: dit is de Nederlandse versie van de standaard, de Zwitserse standaard vermeld: het ontbreken van meerdere gebitselementen dan ten hoogste 1xP1) Hangoren, tiporen, slappen oren, knikoren. Sterk afvallende ruglijn. Ringstaart, knikstaart, haakstaart, wipstaart. Vachtkwaliteit: zacht, zijdeachtig dekhaar, wollig, gekruld, niet tegen het lichaam aanliggend haar; uitgesproken langhaar zonder ondervacht. Haarkleur: duidelijke wildkleur (duidelijk geelachtig of bruinrode verkleuring) aan oorpunten, rug en bovenzijde staart. Blauwe ogen, uitpuilende ogen. Geen pigment, albino. Karaktergebreken: angst, agressiviteit. Links: "White Shepherd NL" Over Witte Herders en Shiloh Shepherds Witte herder kennel "Misthy's friends" |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|