Bichon Frise

  

De volgende cursus start  31 MAART 2009

 

Start
Omhoog
Cursus aanbod
Routebeschrijving
Examendag verslag
Wedstrijd verslag
Wetenswaardigheden
Boeken
gastenboek

 

Bichon Frise

Algemeen

Een levendig en speels hondje, vlug in al zijn bewegingen, met een snuit van middelmatige lengte en spiraalvormig gelokt haar, dat enigszins overeenkomt met de vacht van de Mongoolse geit. Het hoofd wordt fier en hoog gedragen. De donkere ogen zijn levendig en hebben een verstandige uitdrukking.

Hoofd

De schedel is langer dan de snuit. Het hoofd is in juiste proportie met het lichaam. Bij het betasten is de schedel vlak, alhoewel deze er door de vacht eerder gewelfd uitziet. De neuspunt is afgerond, geheel zwart, met een fijne en blinkende huid. De lippen zijn fijn, tamelijk aansluitend, maar minder dan bij het Schipperke. De bovenlip hangt juist genoeg om de onderlip te bedekken, zonder zwaar of overhangend te zijn. De onderlip mag niet zwaar zijn, en ook niet zichtbaar. Het slijmvlies mag niet te zien zijn als de mond gesloten is. De snuit mag niet zwaar en grof zijn, zonder evenwel te fijn te zijn. De kaken zijn vlak en niet te zwaar gespierd. De stop is maar even aangeduid. De groef tussen de wenkbrauwbogen is lichtjes zichtbaar.

Gebit

Het gebit is normaal. Dat wil zeggen dat de snijtanden van de onderkaak onmiddellijk tegen en achter de snijtanden van de bovenkaak zijn geplaatst.

Oren

Afhangend, bedekt met lang en fijn gekroesd haar. Ze worden naar voren gedragen als de aandacht van de bond wordt getrokken, maar zodanig, dat de voorkant de schedel raakt en er zich niet schuin van verwijdert. De lengte van de oorlellen moet niet tot aan de neuspunt reiken, zoals bij de Poedel, maar enkel tot aan het midden van de snuit komen. De oren zijn minder breed en fijner dan bij de Poedel.

Ogen

Donker, met zo donker mogelijke oogleden, eerder rond dan amandelvormig. Ze liggen niet schuin, zijn levendig, niet te groot en laten het oogwit niet zien. Ze zijn niet groot en uitpuilend zoals bij de Griffon Bruxellois, het Brusselse Smoushondje of de Pekinees. De oogholten zijn niet vooruitspringend en de oogappel mag op geen enkele overdreven wijze naar voren komen.

Lichaam

De hals is tamelijk lang en wordt hoog en fier gedragen. Hij is rond en fijn in de nabijheid van de schedel, zich geleidelijk verbredend om zich in de schouders in te schuiven. De lengte is bijna een derde van de romplengte (dus 11 cm en 33 cm voor een hond van 27 cm schouderhoogte). Het uiteinde van de schouderbladen aan de schoft wordt voor dit laatste als basis aangenomen. De borstkas is goed ontwikkeld, de voorborst goed afgetekend, de achterste ribben goed gerond en niet plotseling verminderend. De borst mag over de gehele lengte niet plotseling verminderen en moet een tamelijk grote maat hebben. De flanken daarentegen zijn nogal opgetrokken. Het vel is fijn en eerder strak aansluitend, hetgeen een tamelijk hazewindachtig voorkomen geeft. De pigmentering is bij voorkeur donker onder de witte vacht. De geslachtsdelen zijn dan zwart, blauwachtig of beige gekleurd, net als de vlekken en stippen die ook op het vel zijn aan te treffen. De lendenen zijn breed en gespierd en lichtjes gewelfd. Het bekken is breed, het kruis iets afgerond. De staart is minder hoog op de rug geplaatst dan bij de Poedel. De schouders zijn tamelijk schuin en vlak aanliggend. Ze geven de indruk van ongeveer de lengte te hebben van de bovenarm, dus ongeveer 10 cm. De bovenarm ligt dicht bij de borstkas en de elleboog mag vooral niet naar buiten wijken.
Schouderhoogte: mag niet meer dan 30 cm zijn; de kleinere maten genieten de voorkeur.

Benen

De voorarmen zijn recht, van voren af gezien, evenwijdig en fijn van botten. De gewrichten zijn kort en recht, maar lichtjes afhellend van de zijkant af gezien. De dijen zijn breed en gespierd, de hoekingen schuin, de spronggewrichten meer gehoekt dan bij de Poedel.

Voeten

Goed gesloten. De nagels zijn bij voorkeur zwart, maar dat is een moeilijk te bereiken ideaal.

Staart

Gewoonlijk wordt de staart hoog gedragen en sierlijk over de rug gebogen, in de richting van de ruggengraat, maar zonder opgerold te zijn. Hij mag niet worden afgekort en niet tot de rug reiken, maar de haarbekleding mag dit wel.

Vacht

Fijn, zijdeachtig, losjes spiraalvormig hangend, zoals de vacht van de Mongoolse geit; dus niet plat of gekort. Lengte: 7-10 cm. Het ras mag worden voorgebracht met alleen de voeten en de snuit geschoren.

Kleur

Zuiver wit.

Bijzonderheden

Uitsluiting: de fouten die uitsluiting tot gevolg moeten hebben, zijn: boven- of ondervoorbijten, zo erg dat de snijtanden elkaar niet meer raken; roze neuspunt, vleeskleurige lippen, bleke ogen; cryptorchisme, gerolde of schroefvormige staart; zwarte vlekken in de vacht.
Te vermijden fouten: zich verbreidend pigment in de vacht en daar roze vlekken vormend; vlakke, gegolfde, gekoorde of te korte vacht; monorchisme; boven- of ondervoorbijten, in mindere mate dan hiervoor beschreven.

 

 


 

 

 

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
beheer@hondenschool-appel.nl

 

NLbanner
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
Laatst bijgewerkt: 11 februari 2009