|
|
|
|
Bracco
Italiano Algemeen Italiaans ras. Een krachtige,
harmonieus gebouwde hond met losse gangen en een uitgrijpende, lichte draf.
Jagend wordt het hoofd tamelijk hoog gedragen, met de neus iets boven de
ruglijn. Ernstige, zachte en intelligente uitdrukking. Hij heeft veel
weerstandsvermogen en is geschikt voor alle soorten jacht. De voorkeur wordt
gegeven aan honden met droge lichaamsdelen en duidelijk afgetekende spieren. Hoofd Lang, hoekig gevormd, onder het oog
enigszins ingevallen en met een sterk aangegeven achterhoofdsknobbel. Voorhoofd
en wenkbrauwbogen zijn goed aangegeven. Weinig ontwikkelde stop. Goed
ontwikkelde kaken. Licht gebogen of rechte neusrug, die eindigt in een brede
neusspiegel. Deze is min of meer roze, vleeskleurig of bruin van kleur,
afhankelijk van de vachtkleur. Grote, goed geopende neusgaten. Gebit Onder- of bovenvoorbijten is fout. Oren Goed ontwikkeld. Reiken tot de
neuspunt. Boven het oog aangezet; nogal naar achteren. Soepel. Naar voren
gevouwen. Worden dicht tegen de wang gedragen. Ogen Niet uitpuilend, maar ook niet
diepliggend. De ogen moeten goed geopend en ovaal van vorm zijn. Ze moeten goed
aansluitende oogleden hebben. De kleur is okergeel of geel, afhankelijk van de
kleur van de vacht. Goedaardige uitdrukking. Lichaam Ruime, diepe borstkas. De ribben
zijn van onderen en aan de zijkanten meer gebogen dan van boven. De onderborst
bevindt zich ter hoogte van de elleboog. De schoft is hoog. De borst moet in
verhouding tot het lichaam breed zijn. De ruglijn bestaat uit twee lijnen: de
een is bijna recht en loopt van de schoft tot de elfde ruggenwervel, de ander
verloopt horizontaal in stevige, goed gebogen lendenen. Benen De onderbenen van de voorhand zijn
stevig en rechtopstaand. De droge middenvoeten zijn behoorlijk lang en enigszins
gebogen. De achterbenen zijn sterk. De brede, maar niet overmatig gebogen
sprongen zijn goed verticaal. Voeten Stevig, groot en rond. Enigszins
lange tenen, die goed gesloten zijn en bedekt worden door kort haar. De korte,
droge middenvoeten zijn niet naar buiten of naar binnen gedraaid. Sterke,
gebogen, witte, okergele of bruine nagels. Droge, elastische voetzolen. Bij
voorkeur met hubertusklauw. Dubbele hubertusklauwen zijn toegestaan. Staart Dik aan de wortel, recht, iets
dunner uitlopend. Niet borstelig. Wordt horizontaal gedragen. In actie en
tijdens de jacht omhoog, in rust laag. Tot op 15-25 cm ingekort. Vacht Kort, dik en glanzend. Fijner en
korter op het hoofd, de oren, de schouders, de dijen en de binnenkant van de
ledematen en de voeten. Kleur Wit; wit met min of meer grote
oranje of barnsteenkleurige vlekken die lichter of iets donkerder kunnen zijn;
wit met min of meer grote kastanjebruine vlekken; wit met lichtoranje spikkels (melato);
wit met kastanjebruine spikkels. De voorkeur wordt gegeven aan een symmetrisch
masker; afwezigheid van een masker wordt toegestaan. Bijzonderheden Fouten: grootte en gewicht
afwijkend van wat de standaard voorschrijft, zelfs als deze niets afdoen aan het
esthetische beeld en het werkvermogen van de hond; overdreven keelhuid en
rimpels op het hoofd; lange, golvende vacht; bevedering op de borst, de buik en
de benen; overmatig uitstekende wenkbrauwbogen; onder- of bovenvoorbijten; te
lichte of te donkere ogen; uitgezakt onderste ooglid; amandelvormige ogen; te
zware of hangende lippen; niet voldoende ontwikkeld oor, of oren die te vlak, te
hoog aangezet, driehoekig of te dik zijn, of te breed zijn afgerond; bleke
vlekjes; te donker kastanjebruin; eenkleurige vacht. |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|