|
|
|
|
Briard Algemeen Stoer, soepel,
gespierd en goed van verhoudingen, levendig en kwiek, met een evenwichtig
karakter, noch agressief, noch angstig. Hoofd Krachtig,
tamelijk lang; duidelijke stop op gelijke afstand van achterhoofdsknobbel en
neuspunt; voorzien van haren die baard en snorren vormen; wenkbrauwen die licht
de ogen versluieren. Gebit Sterk, wit en
perfect sluitend. Fouten: een ontbrekende snijtand (geen CAC); slecht
gebit, licht ondervoorbijtend zonder verlies van contact (geen Uitmuntend); één
ontbrekende premolaar (geen Uitmuntend); twee ontbrekende snijtanden (geen Zeer
Goed); twee ontbrekende premolaren (geen Zeer Goed). Oren Hoog aangezet
(bij voorkeur gecoupeerd en rechtop gedragen); geen plak oren en vrij kort
wanneer ze natuurlijk zijn gelaten. De lengte van de ongecoupeerde oren dient
gelijk te zijn of iets korter dan de halve lengte van het hoofd; de oren moeten
altijd vlak zijn en bedekt met lange haren. Volgens de originele Franse
standaard dient bij gelijke schoonheid de voorkeur te worden gegeven aan de hond
met gecoupeerde, rechtop gedragen oren. In Nederland is het inkorten van de
oorschelpen echter bij de wet verboden. Volgens het Huishoudelijk Reglement van
de Raad van Beheer is het een keurmeester dan ook verboden ongecoupeerde honden
achter te stellen omdat ze deze bewerking niet hebben ondergaan. Ogen Horizontaal, goed
geopend, tamelijk groot, geen spleetogen, donker van kleur, een intelligente en
kalme uitdrukking. Fouten: ogen te klein, amandelvormig of licht van
kleur (geen Uitmuntend). Diskwalificatie: ongelijk aan elkaar, een schuwe
blik, te licht van kleur. Lichaam Bouw: gespierde
halspartij, die goed uit de schouders komt. Fouten: hals te lang, te dun
of te kort. Benen Ledematen goed
gespierd, met krachtige botten en rechte voetstand. Fouten: slechte
voetstand, losse ellebogen, naar buiten gedraaide knieën, zwak in de polsen,
polsen te recht, gewicht te veel v6ór op de tenen (geen Uitmuntend); slechte
schouderhoeking, kort haar op de ledematen, spichtige ledematen, zwak
beendergestel (geen Zeer Goed). Spronggewricht: niet te laag bij de grond en
zodanig gehoekt dat de middenvoet bijna verticaal onder het spronggewricht
staat. Fouten: te hoog of te dicht bij de grond (geen CAC); slecht
gehoekt (geen Uitmuntend, eventueel geen Zeer Goed). Voeten Stevig, rond van
vorm (tussenvorm tussen kattenvoet en hazevoet). Fouten: te lange voeten,
plat, doorgezakt (geen Uitmuntend); naar buiten gedraaid (koehakkig) of naar
binnen gedraaid, onvoldoende behaard (geen Zeer Goed). Staart Gaaf gelaten,
goed behaard, aan het uiteinde een haak vormend, laag gedragen, niet scheef;
moet met de punt minstens het spronggewricht raken of niet meer dan 5 cm langer
zijn. Fouten: iets te kort, haak afwezig, haar te kort (geen CAO); flink
boven de ruglijn gedragen (geen CAC); onder de buik gedragen (geen Uitmuntend);
in beweging onder de buik gedragen (geen Zeer Goed). Diskwalificatie: opgerold
over de rug gedragen of stijf afhangend; sporen van operatief ingrijpen om de
staartdracht te verbeteren. Vacht Golvend, lang,
droog (type geitenhaar), met een lichte ondervacht. Fouten: onvoldoende
droog, licht krullend, ontbreken van ondervacht (geen CAC); te kort (geen
Uitmuntend); zacht (geen Uitmuntend). Diskwalificatie: haarlengte van
minder dan 7 cm. Kleur Alle uniforme
kleuren zijn toegestaan, behalve de hieronder en bij 'Diskwalificatie' genoemde.
Donkere kleuren verdienen de voorkeur. Tweekleurigheid mag niet worden verward
met een iets lichtere tint op de ledematen; dit wijst slechts op het begin van
depigmentatie. Deze iets lichtere tint moet in hetzelfde kleurengamma blijven (donkerfauve
op lichtfauve, diepzwart op wat lichter zwart, donkergrijs op lichtgrijs, enz.).
Het fauve dient warm en uniform te zijn, niet licht of ontkleurd. Fouten:
zwart met een roodachtige weerschijn (geen CAC); niet voldoende warm fauve,
witte vlek op borst (geen CAC); te veel charbonnage, die bijna een manteleffect
geeft (geen Uitmuntend); charbonnage met manteleffect (geen Zeer Goed); zeer
licht fauve, ontkleurd (geen Zeer Goed). Bijzonderheden
Wolfsklauwen of
hubertusklauwen: dubbele wolfsklauwen aan de achterpoten. Deze dienen te bestaan
uit twee beenderstukjes, met nagels, zo laag mogelijk bij de grond aangezet
teneinde een goed geheel met de voet te vormen.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|