|









| |

Deerhound
Algemeen
Afkomstig
uit Schotland. De Deerhound is een van de oudste Britse rassen, gebruikt om
herten te achtervolgen en te doden. Hij jaagt op basis van reuk, niet op basis
van gezicht. In 1860 erkend. In 1869 werden vier windhonden van de Koninklijke
Kennels in Islington, Londen, tentoongesteld. Stil en waardig. Een sierlijke,
waardige hond. Een combinatie van nooit aflatende moed, grote kracht en
snelheid.
Hoofd
Moet
het breedst bij de oren en versmalt een weinig naar de ogen, terwijl de snuit
zich sterker versmalt naar de neus. De snuit moet puntig zijn, maar de tanden en
lippen moeten sluiten. Het hoofdmoet lang zijn. De schedel is eerder vlak dan
rond, met een zeer lichte verhoging boven de ogen, maar met niets dan op een
stop lijkt. De schedel moet bedekt zijn met matig lang haar, dat zachter is dan
de overige vacht. De zwarte neus moet weinig gebogen zijn. Sterke kaken. Bij de
lichter gekleurde honden heeft een zwart masker de voorkeur. Er moet sprake zijn
van een goed ontwikkelde snor van tamelijk lang, zijdeachtig haar, en van een
behoorlijke baard.
Gebit
Volkomen regelmatig en compleet
schaargebit.
Oren
Hoog aangezet. Worden in rust
achterwaarts, maar bij opwinding boven het hoofd geheven zonder echter de vouw
te verliezen, en in sommige gevallen zelfs half op gericht. Een recht opstaand
oor (prikoor) is fout. Een groot, dik oor dat vlak tegen het hoofd hangt, is de
ergste fout. Het oor moet zacht en glanzend zijn, en aanvoelen als een
muizenvelletje. Hoe kleiner het is, hoe beter. Het oor moet niet zwaar behaard
zijn of lange franje hebben en altijd zwart of donker gekleurd zijn.
Ogen
Donker,
meestal donkerbruin of hazelnootkleurig. Een zeer licht oog is ongewenst. Het
oog is matig vol. Het heeft een zachte uitdrukking als de hond in rust is, maar
een doordringende, in de verte turende blik als hij opgewonden is. De randen van
de oogleden moeten zwart zijn.
Lichaam
Het
lichaam en de algemene vorm zijn die van een Greyhound
met een grotere gestalte en een zwaarder beendergestel. De borstkas is eerder
diep dan breed, maar niet smal of vlak. De lendenen zijn goed gebogen en lopen
af naar de staart. Een rechte rug is niet gewenst, omdat deze vorm niet nuttig
is voor het beklimmen van heuvels en bovendien zeer onooglijk is. Het aflopende
kruis moet zo breed en krachtig mogelijk zijn. De heupen liggen wijd uit elkaar.
De hals moet lang zijn en passen bij de windhond vorm van de hond. Een overlange
hals is niet nodig en ook niet gewenst, want hij hoeft niet te bukken bij zijn
werk zoals een Greyhound. Het langere kraaghaar, dat elk goed exemplaar moet
hebben, doet de hals korter lijken. Bovendien heeft een Deerhound een zeer
sterke hals nodig om een hert vast te houden. Het bovendeel van de hals (daar
waar het hoofd is aangezet) is zeer sterk ontwikkeld. De keel moet droog en goed
zichtbaar zijn. De schouders moeten goed geplaatst zijn, met niet te veel ruimte
ertussen. Zware steile zijn zeer grote fouten.
Schouderhoogte : reuen minstens 76 cm, teven minstens 71 cm. Gewicht : reuen 38-45
kg, teven 29-34 kg.
Benen
Breed en
vlak. Een goed brede bovenarm en elleboog zijn gewenst. De voorbenen moeten zo
recht mogelijk zijn. De achterbenen moeten in de knieën goed gebogen zijn en
een grote lengte hebben van de heup tot de hiel. De hiel moet breed en vlak
zijn.
Voeten
Gesloten
en vast. Goed gebogen tenen.
Staart
Lang.
Dik bij de staartwortel, loopt puntig toe en reikt bijna tot aan de grond. Als
de hond staat, hangt de staart volkomen recht naar beneden of wordt iets gebogen
gedragen. Beweegt de hond, dan moet de staart gebogen zijn maar mag hij in geen
geval boven de lijn van de rug worden geheven. De staart moet goed bedekt zijn
met haar, aan de bovenkant dik en ruw, en aan de onderkant langer. Een lichte
franje aan het einde is geen bezwaar. Een krul of ringstaart is ongewenst.
Vacht
Het
haar op het lichaam, de hals en de voor- en achterhand moet hard, ruw en
ongeveer 7,5-10 cm lang zijn. Het haar op het hoofd, de borst en de buik is veel
zachter. Er moet wat harige franje aan de binnenkant van de voor- en achterbenen
zitten, maar niets dat op de bevedering van een
Collie
lijkt. De Deerhound is
een ruige, maar niet overdreven behaarde hond. Een wollige beharing is
onaanvaardbaar. De juiste beharing is een dikke, vast aanliggende, ruige vacht
die hard of stug aanvoelt.
Kleur
De
kleur is grotendeels een kwestie van smaak. Er bestaat echter geen twijfel dat
donker blauwgrijs de voorkeur verdient. Daarna komen de kleuren donkergrijs,
lichter grijs en gestroomd, waarvan de donkerste tinten meestal de voorkeur
genieten. Geel, zandkleurig rood of rossig, vooral met zwarte punten (dat wil
zeggen oren en snuit), staan ook in gelijk aanzien omdat deze kleuren horen bij
de oudst bekenden stammen, namenlijk de McNeill en de Chesthill Menzies. Dit
wordt door alle oude autoriteiten veroordeeld. Een witte borst en witte tenen
(iets dat bij veel van de donkerste gekleurde honden voorkomt) worden echter
niet zo sterk afgekeurd. Toch geldt: hoe minder wit, hoe beter.
Een witte bles op het hoofd of een witte kraag is volstrekt diskwalificerend. Er
moet toch naar worden gestreefd dat de witte aftekeningen verdwijnen. Een kleine
witte punt aan de staart komt echter in de beste stammen wel voor.
Bijzonderheden
Gangen
: gemakkelijk, levendig, natuurlijk en
uitgrijpend.
Fouten : dikke, vlak tegen het hoofd gedragen oren, lang of zwaar
behaarde oren, krul- of ringstaart, licht oog, rechte rug, koehakkigheid,
gespreide voeten, witte vacht, beladen en rechte schouders, witte
aftekeningen.
Niet
geschikt als huisdier in een kleine woning, heeft erg veel beweging nodig.
| |




 
|