|
|
|
|
Kaukasische Herderhond Algemeen De Kaukasische
Herdershond moet meer dan middelmatig groot of zeer groot zijn, en een
krachtige, grove constructie. Van nature moet deze hond kwaadaardig en
wantrouwend tegenover vreemden staan. Bijzonder opvallend is zijn
uithoudingsvermogen, met name bij sterk wisselende temperaturen en
klimatologische veranderingen. Daardoor kan de Kaukasische Herdershond zich in
alle delen van de Sovjet-Unie handhaven. Het meest komt hij voor in Grusenië,
Armenië, Azerbeidzjan, Turkestan, de Kalmukken, in de steppen ten noorden van
de Kaukasus en in de streek rond Astrakan. Hoofd Massief, met een
brede schedel, zware jukbeenderen, een breed en vlak voorhoofd, en een
duidelijke schedelgroef. Een lichte stop. De voorsnuit en schedel zijn even
lang. De voorsnuit versmalt naar de neuspunt. Dikke, op elkaar sluitende lippen.
De neusspiegel is groot, breed en zwart; bij witte en lichtgekleurde honden
bruin. Gebreken: een gebogen voorhoofd; diepe stop; te korte of te lange
voorsnuit; overhangende lippen. Gebit De tanden zijn
wit, goed ontwikkeld en dicht bij elkaar geplaatst. Het gebit is scharend. Oren Hangend, hoog
aangezet. Ogen Ovale, kleine,
diepliggende ogen. Lichaam De hals is kort,
gespierd, krachtig ontwikkeld en matig hoog aangezet. De kaarsrechte ruglijn
vormt met een door het midden van de hals getrokken lijn een hoek van 30-40°.
De borstkas is breed, diep, licht gewelfd en reikt tot aan of iets onder de
ellebogen. De schoft is breed en goed bespierd, boven de ruglijn verheven. De
rug is breed, recht en goed bespierd. De lendenen zijn kort, breed en licht
gewelfd. De buik is iets opgetrokken. Het kruis is breed, lang, gespierd en
vlak. Formaatindex: 102-108. Tekortkomingen: een smalle, platte, niet ontwikkelde
borstkas; een recht of scherppuntig schouderblad; een kromme of ronde rug;
lange, te sterk gewelfde lendenen; een smal, kort en sterk hellend kruis;
afwijkingen van de formaatindex; afwijkingen van de schouderhoogte (reuen minder
dan 70 cm, teven minder dan 68 cm). Benen Bottenindex:
reuen 21-22, teven 20-21. De voorbenen zijn van voren gezien recht en
evenwijdig. De middenvoeten vormen met de bovenlijn een hoek van 100°. De
lengte van de voorbenen tot aan de ellebogen is groter dan de helft van de
schouderhoogte (index 50-54). Een klein verschil in deze index wordt als fout
aangemerkt. De middenvoet is kort, massief, kaarsrecht of licht gebogen. Lengte
van de middenvoet bij reuen 14-17 cm, bij teven 13-15 cm. Van achteren gezien
zijn de achterbenen recht en evenwijdig. Korte middenvoeten, krachtige, brede
bespiering. Massieve sprongen, in stand niet te wijd. Tekortkomingen: slappe
polsen; ernstige afwijkingen van de gewenste stand van de achterbenen. Voeten De voor- en
achtervoeten moeten groot, ovaal en gewelfd zijn. Tekortkoming: zeer platte
voeten. Staart Hoog aangezet en
tot aan het spronggewricht reikend. Wordt in een krul gedragen. Vacht Rechte, grove
haren met een goed ontwikkelde onderwol, die lichter van kleur is. Op het hoofd
en de voorkant van de benen zijn de haren korter en liggen vlakker aan. Kleur Grijs, licht
rossig, wit, bruin, schimmel, gevlamd. Bijzonderheden
Gangen:
een vrij bedachtzame gang; een speciaal kenmerk is de korte stap, die meestal
bij snellere gang in galop overgaat; bij het gaan bewegen de benen zich in
evenwijdige vlakken; de rug en de lendenen bewegen zich soepel; schoft en kruis
blijven horizontaal liggen tijdens de draf. |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|