|
|
|
|
Sloughy Algemeen
De Sloughi is een windhond en maakt
dus deel uit van de tiende groep, namelijk de rasgroep van de Windhonden. Hij is
afkomstig uit het Oosten, maar is al sinds eeuwen ingeburgerd in Noord-Afrika.
Tegenwoordig komt dit ras in grote aantallen in Marokko voor. De algemene
verschijning is die van een zeer rasechte hond. Dat komt door zijn houding, zijn
fijne weefsels en droge bespiering. Hoewel hij adellijk en trots is, toont hij
zich zeer gehecht aan zijn baas. Die zal hij zo nodig tot het uiterste
verdedigen. Het is een instinctmatige jager, die tot langdurige inspanning in
staat is. Hij waardeert echter ook het comfort van een zachte ligplaats
binnenshuis. Qua type is deze kortharige hond enig in zijn soort. Zijn gebruik
is helemaal op het jagen gericht. Hoofd Van opzij gezien is het hoofd
gestrekt, elegant en fijn besneden, maar voldoende krachtig. Van boven gezien
vormt het een zeer gestrekte wig, waarvan de schedel het breedste deel vormt.
Het loopt smaller uit naar de neusspiegel. De schedel is van opzij gezien aan de
bovenkant vlak. De schedel is tamelijk breed: van oor tot oor 12-13 cm en zelfs
tot 14 cm bij grote honden, maar dit komt zelden voor. Van achteren is de
schedel duidelijk afgerond en buigt hij harmonisch naar de zijden af. De
oogkassen zijn nauwelijks uitspringend. De voorhoofdsgroef is nauwelijks te
zien, maar de kam en de achterhoofdsknobbel zijn wel zichtbaar. De stop is
eveneens nauwelijks zichtbaar. De snuit heeft de vorm van een langwerpige wig.
Hij is fijn besneden zonder overdrijving en duidelijk even lang als de schedel.
De neus, die niet door been wordt ondersteund, buigt licht naar beneden. De
zwarte neus is iets geprononceerd en dus niet spits. De neusspiegel is ook
zwart. De dunne en soepele lippen bedekken juist de onderkaak. De mondhoeken
zijn zo min mogelijk zichtbaar. Gebit Normaal. Sluitend. De kaken zijn
sterk en regelmatig. Oren Hoog aangezet. Hangen dicht tegen
het hoofd. Zijn niet te groot. Driehoekig van vorm en licht afgerond aan het
uiteinde. Ogen Groot en donker. Goed in de
oogkassen gevat, soms een beetje open door de iets schuine stand van de
oogleden. De uitdrukking is zacht en wat droefgeestig, alsof de blik heimwee
uitdrukt. Bij een lichtgetinte vacht is het oog in het algemeen amberkleurig. Lichaam
De hals is lang en heel slank. Van
opzij gezien is de nek licht gebogen. De huid is fijn, goed droog en zonder
halskwab. De vacht aan de hals is kort. De korte rug is bijna horizontaal. De
lendenen zijn kort, droog, breed en licht gebogen. Het kruis is benig en schuin.
De borstkas is niet te breed en reikt nauwelijks tot de elleboog, maar is in
diepte goed ontwikkeld. De vlakke ribben worden gesteund door een lang oplopend
borstbeen. De buik en de flanken zijn goed opgetrokken. Benen De opperarm is krachtig. De
voormiddenvoet en de pols zijn soepel en krachtig. Het lange onderbeen is
gebogen. Het spronggewricht is krachtig en goed gebogen. Voeten
De voeten zijn droog en langwerpig
ovaal. De nagels zijn zwart of donker gekleurd. Dun. Droog (mager, uitgemergeld).
Aangezet in het verlengde van het kruis en onder de ruglijn gedragen. De staart
moet tenminste tot het spronggewricht reiken. Vacht Zeer kort, dicht en zacht. Kleur Lichtzand, roodzand of zandkleurig
met zwarte punten gestroomd. Bijzonderheden
Fouten
: lichte ogen, hoofd en lichaam wat grof,
te geprononceerde stop, slechte rugbelijning, ronde ribben, te weinig
opgetrokken buik, te hellend, onvoldoende krachtig of te smal kruis, onvoldoende
lang, te vlezige of slecht gedragen staart, harde of grove vacht; kleine witte
borstvlek. |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|