|
|
|
|
Tibetaanse TerriërAlgemeen Oorspronkelijk
in Tibet gebruikt om afdwalende schapen van de steile berghellingen weer bij de
kudde te krijgen. In tegenstelling tot zijn naam is het geen echte Terriër,
aangezien deze hond nooit gebruikt is voor het achtervolgen van wild tot in hun
hol. Ontdekkingsreizigers die in Azië en Tibet trokken troffen deze hond aan
als actieve metgezellen van de nomadenstammen. Zijn algehele voorkomen lijkt
wel wat op die van de Old English Sheepdog, maar dan in de verkleinde vorm.
Waakzaam, intelligent en speels. Zeer geschikt als huisdier, afkerig tegen
vreemden. Hoofd Schedel
matig lang met een duidelijke stop net voor de ogen. Over het hele hoofd lang
haar. De onderkaak behoort te zijn voorzien van een kleine baard. Oren V-vormig,
afhangend en zeer uitvoerig behaard. Ogen Grote
donkere ogen. Lichaam Goed
gespierde, middelmatig grote hond. Benen De
achterbenen iets langer dan de voorbenen, met lage sprongen. Staart: Staart
hoog ingeplant, dik behaard en in een krul over de rug gedragen. Vacht Dubbele
vacht; bovenvacht is dun, fijn maar niet zijdeachtig of wollig van
samenstelling, de ondervacht bestaat uit fijne wol. Kleur Wit,
goud, crème, grijs of rookkleurig, wart, bont en driekleurig. Bijzonderheden De
vacht moet regelmatig aandacht krijgen. |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|