|
|
|
|
Gedragstherapie
voor honden (en … bazen) Roedel en rangordeVoor alle duidelijkheid worden hier nog enige regels gewijd aan de rangorde binnen een roedel/gezin. In een “natuurlijke” roedel (daar wordt in dit verband mee bedoeld een roedel zonder menselijke inmenging) heerst een duidelijk rangorde. Er is één hond aan te wijzen die duidelijk nummer 1 in de rangorde is, een volgende hond is nummer 2, enz. Voor de roedel in zijn totaliteit zorgt deze strikte hiërarchie voor rust, stabiliteit en zekerheid voor alle individuen. Mensen die zich verdiept hebben in het gedrag van honden (hondentaal) kunnen aan de houding en het gedrag van honden aflezen welke plaats de honden ten opzichte van elkaar in de roedel innemen. Aan het leiderschap zijn bepaalde privileges verbonden. Bijvoorbeeld een ranghogere hond zal als eerste eten. Kan zich een betere slaapplaats verwerven, de ranghoogste teef paart met de ranghoogste reu. Zo zijn er meerder voordelen aan te wijzen die samenhangen met het hoger zijn in de rangorde. In een roedel zullen ranglagere dieren de kans aangrijpen om zich in rangorde te verbeteren. Een dominante hond op zijn beurt zal alles in het werk stellen om zijn ranghoge positie te verdedigen. Schermutselingen om de plaats in de rangorde verlopen over het algemeen vrij geruisloos. Een niet-geoefend waarnemer zal over het algemeen niet eens merken dat honden bezig zijn hun plaats in de hiërarchie te bevestigen. Een enkele keer zal een rangorde-conflict met wat tumult en uiterlijk vertoon gepaard gaan en soms zal er een voor iedereen duidelijk waarneembaar, gevecht plaatshebben. Zoals reeds gezegd zal een niet-geoefend observator het bepalen van de rangorde niet eens altijd bemerken. De subtiele wijze waarop honden de rangorde kunnen bepalen. Kan men observeren bij de volgende voorbeelden. Tijdens het spelen van twee honden is vaak de houding van één hond “hoger” dan die van de andere hond. Als meerdere honden een weggegooide bal achternajagen is het vaak dezelfde (dominante) hond die de bal te pakken krijgt. Dit hoeft niet eens de snelste hond te zijn. Bij meerdere honden in een gezin is het vaak dezelfde hond
die als eerste zijn bazen komt begroeten, die als eerste door de deur gaat, die
altijd vooraan staat bij het uitdelen van de voerbakken, die alleen maar zij
huisgenoten hoeft aan te kijken om zijn meest geliefde ligplaats te verkrijgen. Gezin en rangordeBinnen een “natuurlijke” rangorde bestaat zoals gezegd een strikte rangorde. Een hond zal binnen een gezin ook zijn plaats in de rangorde bepalen, ongeacht of de menselijke roedelgenoten dit leuk vinden of niet. Er is binnen een gezin maar één juiste rangorde en dat is een rangorde waarbij de hond op de onderste plaats staat. Voor baby’s en jonge kinderen wordt hier in zoverre een uitzondering op gemaakt dat de volwassenen in het gezin de ranghogere positie van het kind ten opzichte van de hond regelen en bevestigen. Dit is dan ook één van de voornaamste redenen waarom men jonge kinderen en honden nooit zonder toezicht bij elkaar mag laten. Het dagelijks leven van honden is doorspekt met momenten waar (op rustige wijze) de rangorde wordt bevestigd. Het is daarom van groot belang dat mensen zich realiseren dat zij constant waakzaam moeten zijn om de rangorde binnen het gezin in juiste banen te leiden. Een hondeneigenaar die duidelijk leiding geeft aan zijn hond mag zich met recht “baas” noemen. Hij schept binnen het gezin een duidelijke rustige, stabiele omgeving voor de hond. De hond kan van nature de gestelde grenzen probleemloos accepteren en voelt zich daar prettig bij. Onze menselijke samenleving is voor de hond zo complex en onoverzichtelijk dat wij niet van een hond mogen verwachten dat hij aan een gezin leiding kan geven. Indien de mens niet duidelijk de leiding op zich neemt, zullen de meeste honden van nature geneigd zijn, bij gebrek aan beter, zelf de leiding dan maar op zich te nemen. Andere, van nature minder dominante honden, kunnen onzeker en angstig reageren bij het uitblijven van duidelijke consequente leiding. Kortom, er ontstaan bijna altijd problemen op het moment dat de rangorde binnen de roedel verkeerd of onduidelijk is. Hoe kan men nu vaststellen wie in het gezin de dienst uitmaakt? Ten eerste is het van groot belang om op de houding van de hond te letten in allerlei verschillende interacties met zijn baas c.q. eigenaar. Bij een correcte rangorde zal de hond (bij conflictsituaties) zo af en toe door middel van zijn “lage” houding duidelijk aan moeten geven dat het leiderschap van zijn baas zonder meer erkend wordt. Overigens, mensen die dit “slaafse honden” noemen, geven te kennen dat zij geen kennis hebben van het gedrag van de hond. Er is voor een hond geen enkele reden om een commando van zijn eigenaar op te volgen als hij geen respect heeft. Deze honden zijn daarom in de ogen van hun omgeving vaak “ongehoorzaam” of misschien zelfs wel “dom”. Het commando “af” zal niet of met moeite opgevolgd worden, omdat zij hiervoor immers door hun eigenaar in een ranglagere positie gemanoeuvreerd worden. Ranghoge honden zijn vaak honden die trekken aan de lijn en daarmee bepalen waarheen de wandeling leidt. De eigenaar kan daarbij door sommige reuen van boom naar lantaarnpaal gesleept worden zodat de roedelleider daar z’n reukvlag uit kan zetten. Het kunnen honden zijn die zich niet laten aanhalen, poetsen, etc. als het hen niet uitkomt. Daarnaast is reeds aangegeven dat een roedelleider zich een aantal voorrechten toe mag eigenen. Ranghoge honden kunnen dan ook aanspraak maken op de beste rustplaatsen zoals b.v. bed en bank. Deze plaatsen worden vaak met geweld verdedigd tegenover de eigenaar, mocht deze nog de euvele moed hebben hier zelf plaats te willen nemen. Ranghoge honden kunnen door middel van agressief gedrag gaan bepalen of het bezoek van de eigenaar in hun territorium (huis en tuin) in mag. In extreme gevallen kan een hond zelfs overgaan tot grommen en bijten om zijn rechten te verdedigen tegenover zijn eigenaar. Een dominante hond heeft het recht om zijn verworvenheden desnoods met agressief gedrag te verdedigen ten opzichte van zijn eigenaar. Binnen een gezin treft men regelmatig de situatie aan
waarin één persoon dominant is, gevolgd door de hond, waarna de overigen
gezinsleden volgen. Een dergelijke hond functioneert meestal uitsluitend binnen
het gezin als de baas aanwezig is. Zodra de baas afwezig is neemt de dan
ranghoogste hond de leiding over met alle beschreven problemen. Wanneer moet rangorde bepaald worden?Alle gezinsleden moeten vanaf het moment dat de hond in huis komt (pup of volwassen hond) de rangorde in juiste banen leiden. Bij een pup zijn in het begin niet veel moeilijkheden te verwachten. De pup accepteert leiding heel gemakkelijk. Vanaf de leeftijd van ongeveer 12 weken kan de pup gaan proberen een hogere plaats in de rangorde te verkrijgen. Grote waakzaamheid is dus in een vroeg stadium reeds vereist bij dat schattige puppy. Met de juiste behandeling zijn de meeste honden in een
gezin goed hanteerbaar te maken. Is de hond eenmaal ruimschoots volwassen dan
behoort de rangorde helder te zijn voor alle partijen. Het is hopelijk inmiddels
duidelijk dat waakzaamheid altijd geboden blijft, maar dat er bij een juiste
aanpak weinig problemen meer te verwachten zijn. Hoe en wanneer moeten dominante handelingen uitgevoerd worden?De meeste honden zullen altijd proberen de grenzen te verleggen in hun eigen voordeel. Het kan ook hier niet genoeg benadrukt worden hoe belangrijk het is houding en gedrag van een hond te kunnen “lezen”. Als men zich als mens dominant opstelt, heeft dit alleen zin en effect als men aan het gedrag van de hond kan waarnemen dat het dominante gedrag ook als zodanig is overgekomen. Een hond die in een dergelijke situatie niet door zijn houding (de hond toont bijvoorbeeld nog steeds een hoge houding of zelfs agressief gedrag en grommen en bijten) aangeeft dat hij het gezag van de andere partij erkent, zorgt voor gezichtsverlies van de eigenaar. De meeste van de hierna beschreven dominante handelingen kunnen zonder meer toegepast worden op elke hond. Ongeacht leeftijd, ras of geslacht en eveneens ongeacht de aanwezigheid van gedragsproblemen. De frequentie en mate waarin bepaalde handelingen uitgevoerd worden, moeten echter nauwkeurig afgestemd zijn op het karakter van de hond. Dominant gedrag ten opzichte van een dominante hond kan de juiste rangorde binnen korte tijd bewerkstelligen, maar draagt het risico in zich dat deze dominante hond de strijd aanbindt met alle gevaren van dien. Het is essentieel dat men een eventueel conflict wint. Te dominant gedrag ten opzichte van een onzekere hond zal hem alleen maar nog angstiger maken. Een juiste mate van leiding geven zal echter ook voor dit type hond een stabiele omgeving garanderen, waarbij de hond in gedrag vaak enorm opbloeit. Voor de hierna beschreven dominante handelingen geldt dus
dat men moet weten waar men aan begint om het gewenste resultaat te
bewerkstelligen en om een averechts effect te voorkomen. Bij twijfel is het
verstandig een deskundig advies in te
winnen voordat er fouten worden gemaakt die achteraf slechts met grote moeite
gecorrigeerd kunnen worden. Laatste kanttekeningVoordat ik aan de opsomming van dominante handelingen begin, wil ik graag nog wijzen op één risico. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die als reactie zullen zeggen “maar daar heb ik geen hond voor” of “als het zo moet heb ik er geen aardigheid aan”. Mijn reactie daarop is drieledig. Ten eerste zijn er gelukkig heel veel, zeer vriendelijke, sociale honden die niet een uitgesproken neiging hebben te domineren. Met dit soort honden kan men zich dus permitteren om de lijst met de rangorde bevestigende handelingen soepel te hanteren. Ten tweede hoop ik dat de (overigens vaak prima) honden die wel continu proberen te domineren een eerlijke kans krijgen om in onze menselijke maatschappij hun plek toegewezen te krijgen, waarop zij probleemloos kunnen functioneren en daardoor niet de rekening gepresenteerd krijgen voor het falend leiderschap van hun eigenaren. Met dit type honden kan men zich nooit permitteren de rangorde-bepaling te licht op te nemen. De rekening voor deze zogenaamde probleemhonden of “valse” honden of hoe men ze ook maar wil noemen, is immers in het gunstige geval overplaatsing (in een asiel) of in het ongunstigste geval euthanasie. Ten derde hoop ik dat de bazen van het
overgrote deel van de
honden in Nederland die ergens tussen de bovenste twee beschreven uitersten
zitten het inzicht en het “gereedschap” krijgen om op de juiste momenten de
teugels aan te halen en op momenten waarop men zich dat kan permitteren
desgewenst te laten vieren. Dominante handelingenHouding en gedrag van de baas
Honden communiceren met elkaar middels lichaamstaal. Aangezien mensen ook als “soortgenoten” worden geaccepteerd, wordt ook de lichaamstaal van deze “tweebenige honden” nauwkeurig in de gaten gehouden. In deze serie wordt waar mogelijk beschreven hoe de houding van de hond eruit ziet en hoe deze geïnterpreteerd kan worden. Nu is het gedrag en de houding van de baas aan de beurt. Het gedrag van de baas moet zelfverzekerd overkomen. Tegenover een hond moet men niet aarzelen. De houding van een dominante baas is hoog, niet voorovergebogen en zeker niet met het hoofd lager dan de kop van de hond. Om hier meteen ter nuancering in aan te brengen: bij een wat onzekere, onderdanige hond (en de meeste pups) kan men zich zonder meer permitteren om te hurken als men van de hond verlangt dat hij bijvoorbeeld moet komen of bij het aanhalen. Het hoger zijn van het hoofd van de baas heeft een aantal consequenties. Een hond die men toestaat bij de eigenaar op de bank (bed, etc.) te zitten heeft al gauw zijn kop hoger dan het hoofd van de baas. Tijdens het spelen moet men erop attent zijn dat de baas letterlijk hoger is en blijft dan de hond. Bij dit hoofdstukje rekenen we voor het gemak ook de stem van de baas. Een hond heeft over het algemeen in een situatie waarin hij meent dominant te zijn een lager stemgeluid. Een onzekere, angstige hond daarentegen heeft een hoger stemgeluid. Mensen kunnen dit imiteren door hun stem rustig, kordaat en met overwicht (laag) te laten klinken. Hier moet men vooral aan denken bij het bestraffen van de hond (=dus het bevestigen van de rangorde). In deze situatie hoort de stem laag te zijn en niet door spanning juist enkele octaven omhoog te schieten. Om voor een hond duidelijkheid te scheppen is het handig om bij het belonen van de hond de stem wat vriendelijker (wat hoger) te laten klinken. Generaliserend kan men zeggen dat mannen over het algemeen wat meer moeite hebben met de juiste toon bij het belonen en vrouwen wat meer moeite met de lage, barse stem tijdens de correctie. Een onderdanige hond maakt plaats voor zijn meerdere. Op de hond inlopen en ervoor zorgen dat hij aan de kant gaat is dus dominant gedrag. Dit kan dagelijks geoefend worden, tijdens het stofzuigen, door de hond weg te sturen van de plaatsen die nog gezogen moeten worden, maar ook een hond die enorm in de weg ligt kan men dus met een gerust hart daar wegsturen. Tijdens de wandeling geeft de baas de route aan, niet de hond. Zodra de hond duidelijk te kennen geeft dat hij tijdens het uitlaten langs en liefst in het vijvertje wil, maakt de baas een extra rondje. Daarna kan de baas altijd de hond nog de kans geven stokken uit het water te halen. In het rijtje dominante handelingen wordt ook nogal eens genoemd dat een ranglagere altijd naar zijn ranghogere toe zou komen. De baas zou er dus voor moeten zorgen dat de hond altijd naar de baas wordt geroepen. Bij honden onderling zien we dit gedrag echter niet terug. Een dominante hond stapt wel degelijk naar een andere hond toe die bijvoorbeeld begerig naar een botje kijkt. De dominante zal dan heel duidelijk maken wie de meeste rechten heeft en zich het voorwerp toe-eigenen. Dat laatste is essentieel. Een baas mag wel degelijk (in een conflictsituatie) naar zijn ranglagere hond toegaan, mits hij zijn gezag waar kan maken. Loopt de hond weg in deze situatie (iets dat vaak voorkomt omdat onze viervoeter nu eenmaal sneller is dan wij) dan staat men als roedelleider machteloos en wint de hond. Dit is iets dat ten aller tijde voorkomen moet worden. Daarom wil ik deze dominante handeling alsvolgt verwoorden: men moet nooit naar de hond toegaan als men niet zeker weet dat men zijn gezag waar kan maken. Nogmaals een nuancering: wil men de hond corrigeren dan mag men de hond niet eerst bij zich roepen om hem daarna te straffen. Men corrigeert dan immers het bij de baas komen. In deze situatie kan men bijv. kiezen om de hond “op afstand te straffen”. Het afpakken van een speeltje is dominant gedrag. Het afpakken van de voerbak en een kluif zou men misschien wel als super dominant gedrag mogen betitelen. Bij honden onderling mag een eenmaal bemachtigde buit meestal behouden worden, ongeacht de plaats in rangorde. In onze menselijke samenleving echter stuit dit op een praktisch bezwaar. Een hond die zijn buit verdedigt is een potentieel gevaar voor zijn omgeving (vooral kinderen zijn vaak slachtoffer). Daarom zou ik ervoor willen pleiten alle honden van pup af aan te leren de voerbak en kluifjes af te staan. Eigenaren van (volwassen) honden die de voerbak verdedigen moeten er rekening mee houden dat de honden niet zonder slag of stoot hun buit af zullen geven. Men doet er verstandig aan deskundige hulp in te roepen. Er bestaan methoden om de (meeste) honden zonder verzet aan de leren de voerbak af te staan. Daarom zullen wij dit dan ook in onze cursus Gehoorzame Hond behandelen: Gezin en rangorde, met o.a. de oefening: - het meelopen van de hond zonder te trekken aan de riem - de oefening voederbaktraining - het spelen met de hond en het speeltje loslaten - het komen van uw hond als u hem roept - het gevonden voedsel weigeren - het opbouwen en bevestigen van uw leiderschap - het corrigeren en belonen van uw hond Cees Mutsaerts, hoofdtrainer.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|