Saluki

  

De volgende cursus start  31 MAART 2009

 

Start
Omhoog
Cursus aanbod
Routebeschrijving
Examendag verslag
Wedstrijd verslag
Wetenswaardigheden
Boeken
gastenboek

 

Saluki, Arabische Windhond

Algemeen

Men zegt dat de Saluki al zo oud is als de ons bekende vroegste beschaving. Reeds in 328 voor Chr. Was hij al bekend als een afzonderlijk ras. De Arabieren gebruikten hem als jachthond, met name op het jagen op gezellen. In 1840 voor het eerst naar Engeland gebracht en in 1927 officieel erkend door de Engelse Kennel Club. Aanhankelijke hond die niet opvallend doet. Goede waakhond maar over het algemeen niet erg agressief. De hele verschijning van deze honden ras moet een indruk geven van sierlijkheid, evenredigheid, grote snelheid en uithoudingsvermogen, dat alles gepaard aan kracht en behendigheid om op gazellen en andere prooidieren te jagen over mul zand en rotsachtig bergterrein. De uitdrukking moet waardig en zachtaardig zijn, met diepe, trouwe en in de verte kijkende ogen.

Hoofd

Lang en smal. De schedel is matig breed tussen de oren en is niet gewelfd. Onopvallende stop. Het geheel moet veel adel tonen; waardig en vriendelijk. De neus is zwart of leverkleurig.

Gebit

De tanden zijn sterk en sluitend.

Oren

Lang en beweeglijk. Bedekt met lang, zijdeachtig haar. Tamelijk hoog aangezette, afhangende oren, dicht langs de schedel.

Ogen

Donker hazelnootkleurig, glanzend, groot en ovaal van vorm. Puilen niet uit.

Lichaam

Lange, soepele en gespierde hals. De schouders liggen goed schuin naar achteren. Ze zijn goed bespierd, zonder grof te zijn. De achterhand is sterk. De heupbeenderen staan ver uit elkaar. De borst is diep en tamelijk smal. Behoorlijk brede rug. De spieren vormen een lichte boog over de lendenen. De gemiddelde schouderhoogte voor reuen is 57,5-71 cm, en is voor teven naar verhouding iets minder.

Benen

De voorbenen zijn recht en lang van elleboog tot pols. De achterbenen tonen kracht waardoor het galopperen en springen makkelijk gaat. De knie is matig gebogen en de hakken staan laag bij de grond.

Voeten

Van middelmatige lengte. Lange, goed gebogen tenen. Niet gespreid, maar ook geen kattenvoeten. De gehele voet is sterk en soepel, en goed bevederd tussen de tenen.

Staart  

Lang, laag aangezet en op een natuurlijke wijze in een boog gedragen. Aan de onderkant goed bevederd met lang, zijdeachtig haar. Geen pluimstaart.

Vacht

Glad en zacht, zijdeachtig haar. Licht bevederd aan de benen. Bevedering aan de achterkant van de dijen en soms wat wollig pluis op de dijen en de schouders.

Kleur

Wit, creme, rossig, goud, rood, grizzle, geelbruin, driekleurig (wit, zwart en bruin) of zwart met bruin, of variaties op deze kleuren.

Bijzonderheden

Gewicht en hoogte : de Saluki is langer dan hoog, de botten zijn vlak, met breed aangezette, vlakke en droge spieren. Het meest typerende voor dit ras is het gangwerk, dat is lichtvoetig en makkelijk, hetgeen meerdere zweefmomenten met zich brengt, zodat het lijkt alsof de hond nauwelijks de grond raakt, het is soepel in de voorhand, met losse, vrij van de borst bewegende ellebogen en een duidelijke souplesse in de beweging van de schouderpartij zonder dat deze los lijkt; de rug is te allen tijde volkomen strak, het gangwerk is helemaal in het belang van het werk waarvoor de hond is gefokt, de staart kan, als hij als roer wordt gebruikt, iets omhoog komen in de beweging. Hoofd, is smaller dan dat van niet windhonderassen, van boven gezien is de schedel wigvormig, de schedellijn moet nagenoeg evenwijdig zijn met de neuslijn die heel licht gebogen kan zijn, de verhouding voorsnuit : schedel is 1:1, niet Barzoiachtig, in de regel komt leverkleurig pigment bij de neus slechts voor bij lichtgekleurde en bij chocolate Saluki's, de leverkleur komt dan terug in de liprand en de oogleden, en hangt samen met de oogkleur.
Ogen : mogen in geen geval rond zijn.
Oren : de punt van het oor moet tot de mondhoek reiken, de beweeglijkheid van de oren hangt samen met de stemming, ze hangen vlak langs de schedel.
Gebit : scharend, de lippen sluiten goed aan, tegen het gebit en op elkaar, elke vorm van een hanglip is incorrect, de stevige onderkaak is zichtbaar onder de bovenlip.
Lichaam : de hals mag niet grof zijn, de schuine schouders moeten in harmonie met de hoeking van de achterhand zijn, de borst mag niet zo smal zijn dat de ellebogen in stand niet meer aanliggen, de borstkas kan enigszins gewelfd zijn en de welving begint dan bij de derde of vierde rib, ten behoeve van de bewegingsvrijheid van de ellebogen, de ruimte tussen de opperarmen mag niet leeg zijn, het front moet daar het aanzien van een omgekeerde V geven en wordt ingenomen door de onderkant van de borst. De rug is nogal breed, vooraan door de matige ribwelving (maar geen tonvormige of platte ribbenkast), achteraan door een lichte, door de spieren gevormde boog over de lendenen die van opzij vloeiend overgaat in de helling van het kruis, de hond mag absoluut geen karperrug hebben. De bovenbelijning wordt gekenmerkt door een licht waarneembare dip achter de schouders, de onderbelijning wordt gevormd door de diepe borst (haalt de elleboog) en hoog opgetrokken buiklijn (ook bij de reu).
Benen : de achterhand mag niet steil of overhoekt zijn, maar staat in volkomen verhouding met de hoeking van de voorhand en de lengte van het lichaam, de hak staat van achteren en van opzij gezien recht, koehakkigheid is zeer ongewenst, de voorvoeten mogen iets naar buiten gericht zijn, de middelste tenen zijn een stuk langer dan de buitenste tenen.
Staart : de aanzet is vlak en goed ingebed tussen het zitbeen, de bevedering van de staart is zijdeachtig en hangt af; iedere indruk van bossig of borstelig haar is fout, alleen in spel wordt de staart boven de ruglijn gedragen, een krul is ongewenst. Vacht er bevindt zich soms ook wat wollig pluis op de flanken.
Heeft erg veel beweging nodig.

 

 

 


 

 

 

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
beheer@hondenschool-appel.nl

 

NLbanner
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
Laatst bijgewerkt: 11 februari 2009