|
|
|
|
Saluki, Arabische WindhondAlgemeen Men zegt dat de Saluki al zo oud is als de ons bekende vroegste beschaving. Reeds in 328 voor Chr. Was hij al bekend als een afzonderlijk ras. De Arabieren gebruikten hem als jachthond, met name op het jagen op gezellen. In 1840 voor het eerst naar Engeland gebracht en in 1927 officieel erkend door de Engelse Kennel Club. Aanhankelijke hond die niet opvallend doet. Goede waakhond maar over het algemeen niet erg agressief. De hele verschijning van deze honden ras moet een indruk geven van sierlijkheid, evenredigheid, grote snelheid en uithoudingsvermogen, dat alles gepaard aan kracht en behendigheid om op gazellen en andere prooidieren te jagen over mul zand en rotsachtig bergterrein. De uitdrukking moet waardig en zachtaardig zijn, met diepe, trouwe en in de verte kijkende ogen. Hoofd Lang en smal. De schedel is matig breed tussen de oren en is niet gewelfd. Onopvallende stop. Het geheel moet veel adel tonen; waardig en vriendelijk. De neus is zwart of leverkleurig. Gebit De tanden zijn sterk en sluitend. Oren Lang en beweeglijk. Bedekt met lang, zijdeachtig haar. Tamelijk hoog aangezette, afhangende oren, dicht langs de schedel. Ogen Donker hazelnootkleurig, glanzend, groot en ovaal van vorm. Puilen niet uit. Lichaam Lange, soepele en gespierde hals. De schouders liggen goed schuin naar achteren. Ze zijn goed bespierd, zonder grof te zijn. De achterhand is sterk. De heupbeenderen staan ver uit elkaar. De borst is diep en tamelijk smal. Behoorlijk brede rug. De spieren vormen een lichte boog over de lendenen. De gemiddelde schouderhoogte voor reuen is 57,5-71 cm, en is voor teven naar verhouding iets minder. Benen De voorbenen zijn recht en lang van elleboog tot pols. De achterbenen tonen kracht waardoor het galopperen en springen makkelijk gaat. De knie is matig gebogen en de hakken staan laag bij de grond. Voeten
Van middelmatige lengte. Lange, goed
gebogen tenen. Niet gespreid, maar ook geen kattenvoeten. De gehele voet is
sterk en soepel, en goed bevederd tussen de tenen. Staart Lang,
laag aangezet en op een natuurlijke wijze in een boog gedragen. Aan de onderkant
goed bevederd met lang, zijdeachtig haar. Geen pluimstaart. Vacht Glad en zacht, zijdeachtig haar.
Licht bevederd aan de benen. Bevedering aan de achterkant van de dijen en soms
wat wollig pluis op de dijen en de schouders. Kleur Wit, creme, rossig, goud, rood,
grizzle, geelbruin, driekleurig (wit, zwart en bruin) of zwart met bruin, of
variaties op deze kleuren. Bijzonderheden
Gewicht
en hoogte : de Saluki is langer dan hoog,
de botten zijn vlak, met breed aangezette, vlakke en droge spieren. Het meest
typerende voor dit ras is het gangwerk, dat is lichtvoetig en makkelijk, hetgeen
meerdere zweefmomenten met zich brengt, zodat het lijkt alsof de hond nauwelijks
de grond raakt, het is soepel in de voorhand, met losse, vrij van de borst
bewegende ellebogen en een duidelijke souplesse in de beweging van de
schouderpartij zonder dat deze los lijkt; de rug is te allen tijde volkomen
strak, het gangwerk is helemaal in het belang van het werk waarvoor de hond is
gefokt, de staart kan, als hij als roer wordt gebruikt, iets omhoog komen in de
beweging. Hoofd, is smaller dan dat van niet windhonderassen, van boven gezien
is de schedel wigvormig, de schedellijn moet nagenoeg evenwijdig zijn met de
neuslijn die heel licht gebogen kan zijn, de verhouding voorsnuit : schedel is
1:1, niet Barzoiachtig, in de regel komt leverkleurig pigment bij de neus
slechts voor bij lichtgekleurde en bij chocolate Saluki's, de leverkleur komt
dan terug in de liprand en de oogleden, en hangt samen met de oogkleur.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aanbeheer@hondenschool-appel.nl
Copyright © 2001 Hondenschool Appèl
|